5 februari

Ik heb gisteravond gebeld met mijn moeder over de tekst die ik toen had geschreven. Ik heb hem net op mijn website geplaatst en ik denk dat de tekst mooi laat zien in welke strijd ik worstel. Die van normen en waarden. Ze is sterkgekleurd door mijn protestantse achtergrond.

Ik leer mezelf steeds beter kennen sinds ik dagelijks, meer dan eens, mediteer. Ik ging vanochtend hardlopen want ik werd om zeven uur gewekt door de eeuwige bouwvakkers bij mijn onderburen. Belle bedacht zich eindelijk dat ze bij mijn hoofd zou slapen, in plaats van bij mijn voeten. Belle heeft eindelijk een droge nacht gehad, ik bedoel, een nacht waar ze niet meer dan eens uit bed wordt geschopt. Dat maakte mijn morgen vrolijk.

Pas toen ik mijn telefoon aanzette las ik het berichtje van mijn buren: vandaag en morgen bouwvak. Dat was om halfzeven verstuurd; toen was ik gelukkig nog niet wakker. Samen met Belles gespin zorgde dat ervoor dat ik geen slechte morgen had.

Ik heb gisteren een bericht gestuurd naar de orthopeed; eindelijk gaat een professional naar mijn knieën kijken! Ik heb net een afspraak gemaakt bij Spomed, waar ze mijn eeuwige runner’s knee hopelijk wel serieus nemen. Dat deed mijn vorige fysio niet, ze zei meer dan eens: maar je bent ook wel erg dun. Ik ging naar de diëtiste en ja hoor, ondergewicht! Ik heb geen weegschaal meer want ik wilde me geen zorgen maken over gewicht. Nouja; dat heb dus ook z’n nadeel!

Dus ik eindig na een halfjaar wel wijzer: nu wél een weegschaal. Hoe vaak denk jij dat je erop moet staan? Ik denk na elk significant grote boodschap. Mijn zusje zei: één keer per week. En zij zal het wel weten, want zij studeert geneeskunde. Maar zijn dat de enige slimmmerds?

Wat vind jij?